Dag 6: Montreal

De afgelopen twee dagen is er al veel gezegd over de kwaliteit van het Best Western ontbijt in Kingston, en aangezien we ook in Montreal in het Best Western verblijven hebben we het zekere voor het onzekere genomen en gewoon geen ontbijt bijgeboekt. Daarom konden we vanochtend bij het slechts 100 meter verderop gelegen ‘Allo! Mon Coco’ (ja, zo heet het echt) ontbijten. En dat viel niet tegen met veel vers fruit, eitjes (sunny-side-up én gepocheerd), yoghurt, granola en toast. Met vrolijke bediening die de onderhandelingen omtrent aardappelen (willen we niet) en het ruilen daarvan voor een extra eitje (dacht het niet), toast dan misschien (nice try sir) haarfijn aanvoelde.

Gezien de afstanden tussen de bezienswaardigheden in Montreal hadden we al snel besloten om ook hier een hop-on-hop-off bus te nemen. Diepgravend Internet onderzoek door het volledige organiserend comité maakte dat het maar niet helder te krijgen was wat de dichtstbijzijnde busstop was. Nou is de animo om grote afstanden te wandelen binnen een deel van de miniGruppe ronduit beperkt te noemen, dus om te voorkomen dat we tevergeefs een half uur de verkeerde kant op zouden lopen hebben we geopteerd voor een Uber naar het beginpunt van de HOHO. Dat bleek achteraf een uitstekende keuze want niet op alle stops stond zo’n fijne vertegenwoordiger die ook kaartjes verkocht. Ook bij de kaartverkoop bij het beginpunt bleek dat Canada niet echt voorop loopt in de automatisering waarbij de verkoopster op een papieren formulier de verkochte tickets bijhield.

HOHO genieters

Veel van dit soort industrieel erfgoed in verschillende stadia van ontbinding

Halverwege de HOHO route stapten we uit om het Musée National des beaux-arts te bezoeken. Dat viel niet tegen met een mooie mix van klassieke kunst (veel Hollandse meesters!) en modern geweld. Zoals gebruikelijk waren we na twee uur wel verzadigd en stapten we na een korte wachttijd weer op de HOHO. Met op dit deel als hoogtepunt de klim naar de top van de berg om het uitzicht op Montreal van bovenaf te bewonderen. Een uur later waren we terug bij het HOHO startpunt om ons te beraden op de rest van het programma.

Picassootje voor thuis aan de wand

Erg mooi werk van de mij tot dusver onbekende Mark Tansey. Die vraagt verdere studie.

Allemaal in de HOHO bus dezelfde foto maken

Wij doen ook mee

HOHO van dienst

Erg veel murals in Montreal, dit is Leonard Cohen

In ieder geval voor één lid betekende dit dat er nog een bezoek aan de Schwartz’s Deli gebracht moest worden. Deze deli zit er inmiddels al bijna honderd jaar dus er moet wel iets aan deugen. De Uber was vanochtend bij de gehele miniGruppe in de smaak gevallen dus met een simpele druk op de knop kwam onze nieuwe vriend Innocent (huidskleur raden toegestaan) met een prima 7-zitter voorrijden. Bij Schwartz aangekomen bleken we niet de enige met dit idee te zijn dus we konden naadloos in de rij aanschuiven. Een goed half uur later stonden we binnen in het miniscule etablissement waar we de tafel moesten delen met twee anderen. Eigenlijk is het hier de bedoeling dat je niets anders besteld dan het world famous broodje vlees maar we hebben daar toch nog iets meer variatie in aangebracht. En het moet gezegd, het eten was prima maar vooral de sfeer en ambiance zullen ons bijblijven. Na dit hoogtepunt weer per Uber (we hebben de smaak te pakken) retour hotel om even anderhalf uur te niksen, voor de avond hadden we nog tickets voor het audiovisuele AURA spektakel in de Notre Dame: Muziek, geluid, lichtshow, lasers, dat soort werk maar dan wel allemaal kerkelijk verantwoord natuurlijk. Een snelle rekensom leerde dat gezien het aantal bezoekers en het feit dat ze het twee keer op een avond deden het toch gauw een ton omzet per avond opleverde. Dat red je niet met een bijbelvertelling zullen ze hier gedacht hebben. Afijn, Ubertje heen, maar aangezien het nog steeds prachtig weer was zijn we lopend terug gegaan naar het hotel. Wat ook een mooie gelegenheid gaf om een ijsje te halen wat gezien de copieuze lunch prima als diner kon dienen. Nu rust, morgen naar Sherbrooke / North Hatley!

In de rij voor Schwartz’s

Interieur. Kruising tussen een diner en een snackbar. Wij houden ervan.

Tijdens het spektakel mocht niet gefilmd of gefotografeerd worden maar dit was de plaats delict

Dag 5: Kingston – Montreal

Soms moet je een horecaonderneming een tweede kans geven, en dat deden we dan ook vanochtend aan onze ontbijterette. En er was duidelijke progressie: Koffie en theewater waren bijgevuld, borden waren aanwezig en zelfs de bak met roerei was gevuld. Helaas waren de keuzemogelijkheden nog net zo beperkt als gisteren dus werd de toast met pindakaas dit keer in iets betere stemming verorberd. Na het ontbijt konden we uitchecken, de koelbox met ijs vullen en op weg naar wat ChatGPT had aangewezen als een nabije supermarkt met vers brood. We hebben inmiddels geconstateerd dat de Canadese supermarkten verdacht veel op Amerikaanse supermarkten lijken maar dat het accent iets meer op gezonde voeding lijkt te liggen. Wij konden er in ieder geval prima broodjes en ietwat saaie kaas en salami scoren. Hierna konden we op reis naar Montreal.

De QR-code of zelfscan is hier nog niet doorgedrongen. Zelf dus even het juiste vak en het aantal gescoorde broodjes aangeven.

Mayonaise in Zwitsal verpakking

En dit is alleen nog maar de afdeling van plakjes kaas voor op de hamburger

Eerste geplande stop was de Brockville treintunnel. Geen idee wat er spectaculair aan is (if any) maar het was leuk om te zien dat na het in onbruik raken van de trein de rails zijn verwijderd en er een soort permanente licht en geluidsshow was toegevoegd en de tunnel was omgetoverd in een voetgangerstunnel. Na het tunnelspektakel was het koffietijd en belandden we bij Cosies Britsh Café. Een gezellig in Britse stijl ingerichte zaak met een aantal jonge uitbaters die zo te zien zonder enig businessmodel een cafeetje waren begonnen. Waar we koffietechnisch inmiddels gewend zijn aan een van capuccino via cortado tot latte macchiato varierend repertoire serveerden ze bij Cosies de variant Koffie. Die werd vermoedelijk ’s ochtends gezet en de rest van de dag uit de op een petroleumstel pruttelende koffiepot geserveerd. Tevens op de kaart drie soorten van ondersteunend gebak-voor-bij-de-koffie, scones, crumpets en eccles: Uit dit riante assortiment valt onze keuze op de crumpets en eccles. Na topoverleg in de keuken (daar stond een jongen met een binnenshuismutsje, dus dan weet je het eigenlijk al) kwam de mededeling dat beiden vandaag helaas niet in het assortiment zaten. Onverschrokken nam C de enige resterende optie in de vorm van een scone en we concludeerden als MiniGruppe dat ‘gortdroog’ de lading nog niet half dekte. In The Great British Bake Off had er in ieder geval voor dit underproved en underbaked exemplaar geen handdruk van Paul Hollywood ingezeten.

Brockville Railway Tunnel

Beproefd suikerdistributiesysteem

Nagenietend van het koffiespektakel

Onder begeleiding van een miezerig motregentje vervolgden we onze weg richting Montreal met als volgende tussenstop het Parc L’Amoureux in Cornwall. Inmiddels hadden we de volledig tweetalige regio bereikt en stond het park dus ook gewoon plat als Lamoureux op de kaart. Tijdens een korte regenonderbreking konden we van een keurige lunch genieten waarbij de koelbox weer volop z’n waarde bewees.

Lunch. Het was gezelliger dan De Blik doet vermoeden.

We vervolgen onze weg via onder andere de Long Sault Parkway waarbij we binnendoor een aantal van de 1000 eilanden die vandaag aan onze rechterhand passeren mee kunnen pakken. Eerstvolgende stop: Parc des Ancres. Inmiddels was het vrijwel droog en konden we in alle rust (zeker 15 minuten) dit park verkennen. De naam van het park dekt de lading volledig: Op een voor de scheepvaart riskante locatie zijn in de loop van de jaren heel wat schepen in de problemen gekomen en hebben hun anker verspeeld. Gelukkig zijn er dan mensen die deze ankers opduiken zodat er een park mee gevuld kan worden. Behalve het ankergeweld was er een sluisdeur in verregaande staat van ontbinding te bewonderen die desalniettemin nog steeds een indrukwekkende hoeveelheid water wist tegen te houden, maar hoe lang dat nog goed gaat weet niemand.

Ankers galore

Sluisdeur. We durfden er niet overheen te lopen.

De hoeveelheid lekwater valt eigenlijk nog wel mee

De Bismarck is helaas voorzien van een 4-cilinder (dat zijn er vier te weinig) turbo motor. Op zich knap dat er 328pk uit wordt geperst maar echt toereikend voor een slagkruiser is het natuurlijk niet. Positief is wel dat het verbruik ook dat van een 4-cilinder is: Wonderbaarlijk genoeg draait het apparaat bij 110 kmh op de snelweg maar 1700 toeren en dus was vandaag pas de eerste dag dat we moesten tanken. En alhoewel we dat op een relatief dure locatie langs de snelweg deden rekenden we voor meer dan 60 liter nog steeds maar €70 af. Geen wonder dat het aantal elektrische auto’s hier redelijk beperkt is.

Rond 15:30 bereikten we ons hotel in Montreal. Wat meteen opviel was de hoeveelheid zwervers, vlakbij het hotel is zelfs een compleet park in een soort tentenkamp veranderd. Geen idee of dit representatief is voor alle Canadese steden maar ietwat ontluisterend is het wel. De Bismarck hebben we aan de valetparking afgegeven en een half uurtje later konden we voor het eerst de stad verkennen. Na een korte wandeling stonden we in het oude centrum en eerlijk is eerlijk, ook door het gebruik van de Franse taal waan je je zomaar in een stad in Frankrijk. Ons uitstapje werd echter wreed onderbroken: Alhoewel het de hele middag droog is gebleven hoorden we wat gerommel in de verte. Nog geen minuut later braken werkelijk alle sluizen open en kwam er een wolkbreukmoesson van apocalyptische omvang naar beneden zetten. Binnen tien seconden stond heel toeristisch Montreal binnen in winkels of zoals wij onder een luifel. En het ging er echt heftig aan toe, na Florida (2000) heb ik nooit meer zo’n heftige bui meegemaakt. Diverse luifels van restaurants sneuvelden onder het gewicht maar wonder boven wonder werd de rivier die midden in de straat ontstond relatief snel afgevoerd. Ondanks dat we snel onder een luifel stonden varieerde na de bui, die ongeveer tien minuten duurde, de stand binnen de MiniGruppe van redelijk nat tot doornat tot ’tot op de onderbroek’. Daarom zijn we maar retour hotel gegaan om op te drogen en het dagprogramma af te sluiten. Straks diner, morgen Montreal verkennen!

Onduidelijk monument boven de verkeerstunnel

Fraaie vintage reclame

Moesson

Dag 4: Kingston

Jetlag. De een heeft het meer dan de ander, maar wij hebben het ongeveer identiek. Dat betekent dat we nog steeds lekker bijtijds wakker zijn en ‘nog wat aan onze dag hebben’. Vandaag begon die dag met een ontbijt in het hotel, en wel bij de gerenommeerde Bistro Stefan. Nu zijn we bij een dergelijk hotelontbijt in dit deel van de wereld al bij voorbaat extreem op onze hoede, maar de locatie in Bistro Stefan (toch niet de eerste de beste) stemde ons stiekem toch hoopvol. Maar, beste lezers, hoe kan een mens zich vergissen. Op deze luxe locatie was schraalhans keukenmeester en bestond daarnaast de bediening uit twee totaal ongemotiveerde pubers die het zo te zien ook nog eens voor het eerst deden. Zelfs onze meest flexibele opstelling waarbij we het toneelstuk gewoon meespelen en net doen alsof aangelengd eierpoeder daadwerkelijk roerei is was niet toereikend omdat zelfs de bak met roerei gewoon leeg was. Dat gold overigens ook voor de koffie, theewater en de borden. De riante belegkeuze bestond uit maar liefst twee soorten kuipjesjam én pindakaas. Dat er gisteren bij aankomst voor deze misère nog vouchers uitgedeeld waren leek ons schromelijk overdreven, de kans dat onverlaten zich toegang tot het hotel verschaffen om deze marteling te ondergaan was uiterst gering. Met slechts het nuttigen van een geroosterde boterham met pindakaas konden we deze deceptie achter ons laten, morgen maar eens op zoek naar een fatsoenlijk ontbijt.

Eerste actiepunt deze dag was het scoren van tickets voor een boottocht. Via Internet konden weliswaar tickets gekocht worden, maar die moesten vervolgens wel fysiek bij een kiosk opgehaald worden, blijkbaar denken ze hier dat als de boot uit 1950 komt dat de kaartjesdistributie dat ook moet zijn. Met de Bismarck zijn we dus naar downtown Kingston gereden om de kiosk te lokaliseren. Nadat we de kaartjes bij een vriendelijke doch licht verveelde jongedame gescoord hadden zijn we naar het Great Lakes Museum gelopen. Geen idee waarom het zo heet, want het draait hierbij om een afgedankte schip (denk Titanic, maar dan iets kleiner) dat in een eveneens afgedankt droogdok ligt. Maar het was een fraaie wandeling langs het waterfront en het museum viel zeker niet tegen.

Parkeren moet natuurlijk wel altijd netjes betaald worden

Rondvaartvloot

I’m goin’ to walk on up to the Waterfront

SS Keewatin alias de kleine Titanic

Na de obligate koffie was het tijd om in de rij aan te sluiten voor de Island Belle I om zo een goede zitplaats te garanderen om de boottocht optimaal te kunnen ondergaan. Waar we eerst nog dachten dat een uur misschien wat kort was kwamen we na het twintig minuten aanhoren van wetenswaardigheden over de geschiedenis van Kingston tot de conclusie dat een uur eigenlijk ook wel prima is. Neem daarbij een stel Aziaten met een verwende kleuter die voor ons neus ronddanste in het formaat zitten/staan/bij oma op schoot/bij opa op schoot/opa staan/oma staan en dat op constant repeat en we waren blij dat we weer vaste grond onder de voeten hadden. Niettemin een heel aardig tochtje.

Nautici

Soort elektrisch aangedreven surfplank die gebruik maakte van de hekgolven van de rondvaartboot. Voor de terugweg kwam er een soort parasail uit z’n rugzak tevoorschijn.

Veel Nederlandse invloeden hier

Tijd voor lunch, en het door P uitgekozen etablissement bleek een uitstekende keuze die het ontbijt volledig deed vergeten. Uitstekend gegeten en dus nieuwe energie voor een bezoek aan het Kingston Penintentiary Museum. Het plaatsje heeft een lange geschiedenis met gevangenissen en naar verluidt (dat deel van de boottour waar ik daadwerkelijk luisterde naar de gids) werkt ongeveer een derde van het plaatsje in of bij de gevangenis. De recent gesloten gevangenis kent inmiddels ook een museum in de oude directeurswoning en die was zeker een bezoekje waard. Al was het alleen al om te zien hoe de inzichten veranderden, van lijfstraffen (tot 1969…) naar het rehabiliteren van gevangenen.

Zo moet dat dus voelen

Na de gevangenis zijn we retour hotel gegaan waar de MiniGruppe zich tijdelijk even opsplitste: 50% genoot van hotel en patio en de jeugdige andere 50% van een wandeling in de tien minuten verderop gelegen Little Cataraqui Creek Conservation Area, een klein natuurgebied met een paar keurige wandelingen langs genummerde paaltjes, precies zoals een navigatietechnisch uitgedaagde wandelaar als ikzelf dat graag ziet. Erg prettig om even in de natuur de benen te strekken.

Vogelhuisje gekraakt door de Squirrel Squatter

Wilde natuur tussen de genummerde paaltjes door

Vanavond dineren we wederom in het hotel, dat was gisteren prima te doen. Morgen naar Montreal.

Dag 3: Toronto – Kingston

Na een op zich niet onaardige nachtrust waren we natuurlijk wel weer om 05:00 wakker, maar dat biedt mooi de gelegenheid voor een rustige start tijdens deze verder toch wel hectische vakantie. Ontbijt was wederom bij onze nieuwe vrienden van Landwer en was ondanks het nog steeds licht alternatieve linksdraaiende gehalte van de menukaart zonder meer weer uitstekend te noemen. Daarna was het tijd voor het afscheid van het prima Novotel en kon de auto uit de garage gepeuterd worden. Deze was inmiddels voorzien van twee felgele epistels onder de ruitenwisser: Het Nederlandse systeem waarbij je op kenteken binnenrijdt, betaalt en weer naar buiten gaat geniet hier nog niet de populariteit die het verdient. In plaats daarvan blijkt (achteraf….) dat er vooraf op kenteken betaald moet worden terwijl je dus nog geen idee hebt hoe lang je er zult staat. En dat alles wordt dan blijkbaar ook nog eens door een onbezoldigd veldwachter van dienst gecontroleerd. Twee bonnetjes van ongeveer €50 rijker kon de Bismarck met koffers gevuld worden voor de rit naar Kingston.

De Bon

Eerste stop was de supermarkt om de pas aangeschafte koelbox van ijs te voorzien en verder af te vullen met dranken en lunch parafernalia. De vooraf zo zorgvuldig geselecteerde Real Canadian Superstore bleek een prima leverancier van vers gebakken broodjes en dan is de strijd al half gewonnen natuurlijk. Eerste stop hierna was de waterzuiveringsinstallatie van RC Harris. Voor de niets vermoedende meelezer misschien een merkwaardig toeristisch doel, maar gezien de fraaie architectuur heeft deze locatie al in menige film en tv-serie onder andere mogen fungeren als respectievelijk psychiatrische inrichting, hoofkwartier van De Schurk en gevangenis. In ieder geval een mooie gelegenheid om wat foto’s te maken.

Erg fraai, in 1932 gebouwd. Wel licht sinister.

Inmiddels was het 11:00 uur, en dat kan maar één ding betekenen: Koffie. Een volgens de helft van de miniGruppe uiterst noodzakelijk intermezzo, volgens de andere helft een redelijk overbodige onderbreking van het wedstrijdritme. We kwamen hiervoor bij de gerenommeerde Bali Coffee Shop terecht alwaar een jonge dame ons van tweemaal capuccino en tweemaal thee kon voorzien. De prijzen waren echter dusdanig laag dat ze zichzelf echt tekort deed wat met 25% fooi nog enigszins gecorrigeerd kon worden.

Vriendelijk geprijsd, maar die €1,15 voor een kop thee is niet echt kostendekkend.

Hierna verlieten we Toronto op weg naar Port Hope. Port Hope kent een kleine dam in de rivier waar jaarlijks rond deze tijd tienduizenden zalmen de trek naar hun geboortegrond maken om te paaien, en bij de dam in Port Hope kun je observeren hoe ze de dam in tegengestelde stroomrichting overwinnen. Tenminste, dat is de theorie. In de praktijk springen ze met name bij zonsop- en ondergang en dus net niet als wij midden op de dag langskomen. We zagen de zalmvloot wel op enkele tientallen meters van de dam wachtend op het ideale moment, maar beweging was er helaas nauwelijks. Er was wel vlak naast de dam een fraaie gazebo gepositioneerd en dus een ideale gelegenheid om een prima lunch te verorberen. Na de lunch hebben we nog even een vergeefse tweede poging gedaan om springende zalmen waar te nemen.

The Jump

Zalmen in de wachtkamer

Happy lunchers

Op nieuw en-route naar Kingston dus, waarbij de volgende onderbreking de Big Apple was, zonder nou precies te weten waarom we daar nou ook alweer aan moesten leggen. Na aankomst bleek dat voor the Big Apple de term ’tourist trap’ nauwelijks toereikend was. De overvolle parkeerplaats gaf al een eerste indicatie maar er werden ook busladingen vol met nietsvermoedende toeristen naar binnen gedreven. En dat alles omdat iemand ooit met een paar dozen appels langs de kant van de weg stond, maar wat inmiddels een imperium met foodtrucks, midgetgolf, kinderboerderij en appeltaartfabriek is. Na enkele foto’s konden we met gierende banden onze weg vervolgen.

Tourist trap

Bovenop The Big Apple. Als we er dan toch zijn…

Met nog een uurtje voor de boeg hadden we de optie om de snelweg in te ruilen voor een alom geprezen ‘scenic route’. Dat kostte wel meteen drie uur, dus hebben we er voor gekozen om als compromis een uur de scenic route te volgen om het laatste deel toch weer de snelweg te volgen. De nieuwe route kan beschreven worden als prima: Leuker dan de snelweg, goed om een indruk van de omgeving te krijgen maar nou ook weer niet heel spectaculair.

En nu verblijven we in een Best Western in Kingston. Wederom voor de hoofdprijs, maar om de een of andere reden zijn hotels erg prijzig hier. Benzine kwamen we onderweg voor omgerekend €0,85 per liter tegen, dus echt begrijpen doen we het allemaal nog niet. Straks diner in één van de twee restaurants die deel uitmaken van het hotel, morgen Kingston verkennen.

Dag 2: Toronto

Vandaag mochten we de hele dag in Toronto doorbrengen. In de voorbereiding hadden we wel een aantal mogelijke highlights geïdentificeerd maar geen strakke planning voor de dag gemaakt. Daarom na een ietwat onrustige en jetlaggerige nacht ’s ochtends eerst maar eens copieus ontbijten bij de Landwer om de hoek. Wij waren natuurlijk om o-six-hundred klaar wakker en paraat maar de firma Landwer serveert de ontbijtjes pas vanaf 08:00. Alhoewel het hier een lichtelijk alternatieve menukaart betrof was het wel een prima verantwoord ontbijt waarbij de gehele schijf van vijf op een ieders bord vertegenwoordigd was. Tijdens dit werkontbijt konden meteen de grote lijnen voor deze dag worden uitgezet: Niet overdreven veel lopen, wel zoveel mogelijk mee proberen te pakken en tegelijkertijd er ook niet een al te grote uitputtingsslag van maken. Aangezien tijdens het boekingsproces al bleek dat de hotels downtown zowel onbetaalbaar waren als parkeerruimte ontbeerden ligt ons hotel een aardig stuk buiten het centrum, maar in ruil daarvoor zitten we nu wel pal naast het metrostation. De Bismarck kon dus in de garage blijven staan en zijn we per metro (1 dollar enkele reis, ongeacht waar je uitstapt) naar het centrum van de stad afgedaald.

Landwer menu. Ham, kaas en jam blijken te zijn vervangen door matbucha, labaneh en challah. Wij hipsters volgen ook deze trend moeiteloos.

Prima eitje met genoeg brood voor een heel gezin

Met tactisch gebruik van geavanceerde technische hulpmiddelen (Google Maps) konden we een metrostation identificeren waar de hop-on-hop-off bus pal boven geparkeerd stond en waren we na een kleine investering (2 maal seniorenkorting) welkom aan boord van de ietwat aftandse en doorleefde rode bus. Alhoewel we dit vaker hebben gedaan onderscheidde de Toronto variant zich met met name door enthousiaste studenten die live verslag deden van alle bezienswaardigheden onderweg. Daarbij valt wel op te merken dat de inschatting dat de aanwezige clientele (allen vijftig plussers) de gesuggereerde bezoeken aan campussen en studentenkroegen misschien minder interessant zouden kunnen vinden dan de sprekers zelf. Ook moest er duidelijk wat promotie gemaakt worden waarbij de gradatie ‘highly recommended’ voor minimaal 50% van alle etablissementen in Toronto bleek te gelden.

Metro liefhebbers

Een soort Times Square maar dan Canadees

Eerste stop om te ontschepen was bij de Art Gallery of Ontario om het culturele gehalte van ons verblijf wat op te krikken, het kan immers zo’n vakantie niet alleen maar bij oppervlakkig toeristengedoe blijven. In het museum was een fraaie tentoonstelling van impressionistisch werk én werk van de toevallig net overleden Japanse Yayoi Kusama, waarbij het laatste ervoor zorgde dat de dienstdoende suppoost (en blijkbaar tevens liefhebber) ons bijkans met tranen in de ogen te woord stond. Heel verantwoord en interessant dus allemaal, wat niet wegneemt dat onze museumaandachtsspanne normaal gesproken ongeveer twee uur bedraagt en dat dit vandaag niet anders was.

Veel Monet en Matisse, grotendeels geleend van het museum in Dallas

Om niet al het aardewerk om te stoten dient de rugzak op de borst gedragen te worden maar gelukkig staat D alles goed

Erg fraai. Artiest is mij even ontschoten.

Door de camouflagekleuren bijna onzichtbaar

Erg fraaie spiegelkamer van Kusama

Terug op de bus hebben we koers gezet naar de CN Tower, een letterlijk hoogtepunt van ruim 500 meter wat niet kon ontbreken. Met de fraaie weersomstandigheden genoten we van het uitzicht vanaf het observatiedek op 350 meter hoogte. Natuurlijk wat obligate foto’s gemaakt en 75% van de miniGruppe heeft ook nog op het glass deck gestaan. Fearless dekt de lading niet.

Fraaie sculptuur op het naast de CN Tower gelegen Rogers Centre

Mooi uitzicht

Na het glazen plafond kan nu de glazen vloer geslecht worden

Best hoog

Op zoek naar een lunch locatie kwamen we via een wat wazige gokhal op het buitenterras van het plaatselijke spoormuseum terecht. Na een keurige lunch hebben we de rest van de bustour afgemaakt waarbij geen enkele stop meer uitnodigde om de stad verder te ontdekken. Toronto is toch wel echt een autostad naar Amerikaans voorbeeld met veel zakelijke gebouwen en flinke afstanden tussen de bezienswaardigheden. Echt uitnodigend voor een verkenning te voet is het in ieder geval niet.

Trein. Gratis buiten te bewonderen.

Typisch beeld van Toronto met veel oude gebouwen van rond 1900 met hoogbouw ernaast

Met dezelfde metrorit terug waren we om 16:30 weer in het hotel. Nu even rust, straks nog ergens een broodje scoren, morgen naar Kingston.

Dag 1: Amsterdam – Toronto

Vertrekdag! Na een licht onrustige nacht staan we om 07:45 klaar voor de Uber. De Uber die gisteravond voor hetzelfde ritje nog €25 rekende maar waar vanochtend ineens €45 voor moet worden betaald, je zou zomaar kunnen denken dat het iets met vraag en aanbod te maken heeft. We hadden als mini-Gruppe om 08:30 op Schiphol afgesproken (wat al redelijk bijtijds was) maar om 08:10 stond de gehele kloksterke posse al present bij de incheckbalie. Gezien onze wederom tegen een kleine vergoeding verworven Sky Priority status hoefden we vervolgens eigenlijk nergens lang te wachten en stonden we dus nog voor negenen aan gene zijde van de douane. Even een Schiphol-ontbijtje scoren (vergulde croissants en diamant-thee) en vervolgens kon het grote gate-hangen beginnen, helaas wreed verstoord door een gatewissel waardoor we het hele takkeneind weer terug konden lopen. De gatewissel was ondanks het omroepen, de vermelding op de borden en de stortvloed aan SMS’jes vermoedelijk niet bij alle passagiers goed doorgekomen want we hadden een no-show aan boord wiens bagage nog even uit het ruim gepeuterd moest worden wat een kleine 45 minuten vertraging opleverde.

Dreamliner van dienst

De vlucht was verder redelijk uneventfull. De tijd werd door de minigruppe traditioneel gedood met het kijken naar dubieuze films, lezen en het bekende doepen. De aankomst in Toronto was door ons met het invullen van zowel eTA als de Advance CBSA declaration minutieus voorbereid dus gleden wij met vlag en wimpel door de talrijke controleposten. Het lijkt er sterk op dat de volledige automatisering van dit geheel hier niet ten koste mocht gaan van arbeidsplaatsen want op iedere hoek stond wel een ambtenaar om aanwijzingen te geven of met een viltstift een onduidelijk streepje op een stukje geprint papier te zetten. Waarbij de volgende bromsnor het stukje papier weer aannam om in een plastic hoesje te stoppen. Vreemd. Gelukkig nam het hele proces precies voldoende tijd in beslag om ervoor te zorgen dat bij onze aankomst bij de bagageband de koffers net op de band lagen.

MiniGruppe onderweg

Procedure om de douane aan het werk te houden

Kort speurwerk (het volgen van de bordjes ‘car rental’) bracht ons bij de firma Dollar. We waren er 45 minuten eerder dan gepland wat de vriendelijke verkoper van dienst meteen de gelegenheid bood om de oudste upsell truc allertijden in de strijd te gooien. Nee, helaas, U bent te vroeg, de auto is nog niet klaar. Maar voor een kleine extra bijdrage heb ik wel een Volvo XC90 beschikbaar. Nu had de beste man hier natuurlijk de pech een paar routineuze tegenstanders van formaat met jarenlange ervaring te treffen, en na het afwijzen van de XC90 was er natuurlijk vijf minuten later heel toevallig toch nog een andere auto beschikbaar. Dezelfde auto waar we overigens tien minuten eerder langs gelopen waren en die er toen al geheel klaar voor leek te zijn. Met een heel redelijke GMC Acadia kunnen we prima uit de voeten: Naar verluidt mid-size in plaats van full-size maar het past allemaal prima.

En nu resideren we in het Novotel North York in Toronto. De auto paste helaas niet in de parkeergarage van het hotel (hoezo mid-size…) en staat dus in de parking aan de overkant. Een parking waar je na het parkeren als voetganger zo naar buiten loopt maar we wel een half uur en aanwijzingen van het hotelpersoneel nodig hadden om de ingang weer te vinden. ‘Yes, it’s a bit confusing’; Nee, het is niet confusing, het is unfindable!

Uitzicht vanaf de 19e en tevens bovenste verdieping van het Novotel. Je zou de term penthouse kunnen gebruiken maar dan zou ik toch minstens een raam willen kunnen openen.

Na het incheckproces zijn we nog even op stap gegaan: Het was 16:00 (dus 22:00 NL-tijd) dus er waren nog zeeën van ruimte om al wat beter in het ritme van de Canadese klok te komen. De animo om een lange wandeltocht te maken was beperkt dus werd de Bismarck weer uit de garage gehaald om de Walmart voor de traditionele koelbox en wat versnaperingen op te zoeken en vervolgens naar de eerste roadside attraction te koersen. Deze Canadese kruising tussen de Borobodur en de Taj Mahal was in eerste maar ook tweede instantie onvindbaar: eerst omdat Clearfield Drive en Clairville Drive ook wel erg hetzelfde klinken, daarna omdat het juiste adres ons naar een afgelegen industrieterrein leidde waar vrachtwagens af en aan reden om gelost te worden. Nauwelijks een plek voor een tempel zou je zeggen, totdat we de bocht om gingen en er daadwerkelijk een enorme hindoe tempel (die BAPS Shri Swaminarayan Mandir schijnt te heten) midden op een industrieterrein bleek te kunnen staan. Heel bijzonder.

Koelbox gescoord

Borobodur. Met de miniGruppe, want picture or it didn’t happen

Hierna nog even redelijk afgemat op zoek gegaan naar een restaurant. Na het passeren van in diverse stadia van ontbinding verkerende etablissementen belandden we uiteindelijk tegenover het hotel in een grappig cafe waar de jeugd (blending in is our middle name) bordspellen speelde. Een eenvoudige doch voedzame maaltijd later was het dan toch echt tijd om toe te geven aan de jetlag. Morgen Toronto verder verkennen!

Dag 0: De inleiding

Canada. Normaal gesproken was het in ons meerjarenplan (wat we niet hebben) tijd om weer eens naar Amerika te gaan, maar met de huidige omstandigheden aldaar leek het ons een beter plan om op zoek te gaan naar een alternatieve bestemming. Met het onveranderde eisenpakket van roadtrip + steden + natuur viel de keuze op het iets noordelijker gelegen Canada waarbij we ons ook dit jaar weer in het goede gezelschap van vrienden D+P bevinden. Aangezien we allen al eens de westkant hebben bezocht leek het ons een goed plan om de oostkant eens met een bezoek te vereren. De eerste gedachte was Nova Scotia om daar met idyllische veerpontjes tussen (schier-)eilanden en het vasteland te laveren, maar een kort diepteonderzoek leerde al snel dat je wel een erg grote liefhebber van rust en natuur moet zijn om daar drie weken te overleven. Daarom maar pragmatisch naar een nieuwe route gezocht: Montreal kwam daar al snel als mogelijke aankomstluchthaven uit de bus, maar aangezien we inmiddels ernstig verwend zijn, ruim willen zitten én niet willen overstappen werd het toch Toronto. Als het goed is staat ons daar een keurige fullsize SUV op te wachten: Volgens het plaatje een Dodge Durango (akkoord), maar het verleden leert ons dat dat ook zomaar iets heel anders kan worden. Met een Ford Expedition (akkoord) of Explorer (ook akkoord) valt natuurlijk goed te leven, maar een Volkswagen Atlas (bleh) of Nissan Pathfinder (ook bleh) zou de pret natuurlijk danig kunnen bederven. Zie bijvoorbeeld https://homm.es/?m=201309&paged=2 om een indruk te krijgen hoe een Route 66 trip ontsierd kan worden met een Nissan Murano. Mocht er in dit weblog op geen enkele wijze gewag worden gemaakt van het onderhavige transport dan kunt U zelf de conclusies trekken welk model het is geworden.

Vanuit Toronto zullen we noordwaarts gaan richting Montreal en Quebec waarbij we in Saguenay het noordelijkste punt van de route aandoen. En waarom Saguenay zult U denken, en ik denk het met U mee. Vriend D heeft echter in zijn legendarische nautische verleden deze pleisterplaats 48 jaar geleden met een boot gefrequenteerd en heeft hier naar verluidt warme herinneringen aan. Onder het motto ‘het gaat om de reis en niet om de bestemming’ konden wij ons uiteraard niet anders dan ons samen met hem enorm te verheugen op dit nu al maritieme hoogtepunt van onze reis. Zie https://homm.es/?m=202309 voor eerdere maritieme suggesties van onze nauticus en U zult begrijpen dat de verwachtingen ook dit keer weer hooggespannen zijn. Na Saguenay trekken we weer langzaam zuidwaarts om in Toronto te eindigen. Al met al drie welbestede weken in het verschiet!

Sfeerimpressie van de bruisende haven van Saguenay